|
In onze visie begint ontwikkeling in organisaties altijd met het onder ogen zien van de aanwezige stagnatie. Te vaak zien wij in organisaties dat, nog voordat het probleem echt op tafel ligt, er al getracht wordt het op te lossen en weg te organiseren. In plaats van te onderzoeken hoe de problematiek door het eigen gedrag veroorzaakt is, wordt gezocht naar oplossingen in structuur, procedures of werkwijze. Na dergelijke reorganisaties blijkt vaak van alles veranderd te zijn, behalve datgene waar het om ging: het gedrag van mensen, de cultuur van de organisatie. Het is onze functie om datgene boven tafel te krijgen, wat eigenlijk al lang geweten wordt, maar steeds omwille van de lieve vrede, loyaliteit of het eigenbelang uit het bewustzijn wordt verdrongen. Wij spreken tot het geweten van het collectief en van ieder individu dat daarin werkzaam is, en nodigen mensen uit om dat wat in hen leeft uit te spreken. Hoe ongemakkelijk het vaak ook is om de waarheid onder ogen te zien, het is telkens weer onze ervaring dat het vrijmaken en bewust worden ervan, altijd een bevrijdende en vitaliserende werking heeft. Inzicht in wat er werkelijk gaande is, is cruciaal, maar niet voldoende. Men zal ook de bereidheid moeten hebben om daadwerkelijk persoonlijke verantwoordelijkheid te nemen voor het gemeenschappelijk onvermogen. Pas als er voldoende individuen zijn die de oorzaken van de collectieve stagnatie in het eigen gedrag durven te herkennen en bereid zijn daar iets aan te doen, kan er een effectieve beweging ontstaan. Het leidinggevend kader speelt daarbij een belangrijke, dikwijls doorslaggevende rol. Vanzelf komt de bal op een gegeven moment dan ook bij de opdrachtgever en het leidinggevend kader zelf te liggen. Leidinggevenden dienen immers in hun eigen gedrag voorbeeld en speerpunt te zijn van het nieuwe, dat men in de organisatie wenst te ontwikkelen. Wij zien ons werk als maatwerk. Dat begint meestal al in het eerste contact, in de formulering van de probleemstelling. Onze ervaring is dat de probleemstelling die door de opdrachtgever gepresenteerd wordt, veelal gedefinieerd is vanuit de reeds bestaande wijze van kijken. Juist die wijze van kijken is echter vaak deel van het probleem. Wij vragen ons af vanuit welke vooronderstellingen de opdracht is beschreven, en in hoeverre deze vooronderstellingen in overeenstemming zijn met de realiteit van de situatie. Pas daarna komen wij met een aanpak, die dus altijd weer per opdracht zal verschillen. We zijn er daarbij altijd weer bovenal op gericht hoe de organisatie zichzelf kan helpen en er zo min mogelijk afhankelijkheid ontstaat. In ons werk zien wij ons zelf, de mensen die wij zijn en dat wat wij in het contact met de ander waarnemen, als het belangrijkste instrument. Wij hanteren diverse methoden, technieken en concepten, maar beschouwen ze niet als zaligmakend. Steeds weer keren wij in alles terug naar datgene wat er in persoonlijk contact aan het licht komt.Geen algemene theoretische uiteenzettingen, geen snelle slimme ‘management-solutions’, maar het contact van mens tot mens.
|